1) Moet artikel 2, k) van de VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers aldus worden uitgelegd dat een voertuig dat onder voormelde bepaling ressorteert en geen modelgoedkeuring kan verkrijgen, als een gevolg daarvan op grond van deze regelgeving niet op de openbare weg mag worden gebruikt?”
In voorkomend negatief antwoord op deze eerste vraag,
2) Schendt artikel 2, k) van de VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers de bepalingen van art. 9 van het EU-verdrag en art. 20 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, in zoverre voor ingebruikname op de openbare weg geen verplichtingen inzake modelgoedkeuring (en dus ook geen verplichtingen inzake voertuigveiligheid) aan de fabrikanten van eWAW’s worden opgelegd, terwijl dergelijke verplichtingen wel aan de fabrikant van een vergelijkbaar transportmiddel, zijnde de categorie L1e-B (de speed pedelec), worden opgelegd?”
| Titel | Grootte |
|---|---|
| Verwijzende rechter: Politierechtbank Oost-Vlaanderen (C-816/25) | 396.93 kB |