„Moeten artikel 18.1 VWEU en artikel 21 Handvest Grondrechten EU aldus worden uitgelegd dat zij, in een materie van Unierecht zoals de taal waarin herstelexamens worden afgelegd, zich verzetten tegen een nationale regelgeving waarbij het theoretisch en praktisch herstelexamen, ook in het kader van het afleggen van deze examens wegens een veroordeling voor een verkeersovertreding, zoals in het Vlaamse Gewest enkel kunnen worden afgelegd in het Nederlands of, voor wat betreft het theoretische herstelexamen door middel van een audiovertaling in het Duits, Frans of Engels of, voor wat betreft het praktische herstelexamen, met bijstand van een tolk in één van die talen, maar niet, al dan niet met een tolk, in andere EU-talen kunnen worden afgelegd?”
| Titel | Grootte |
|---|---|
| Verwijzende rechter: Hof van cassatie (C-870/25) | 387.24 kB |