Het Hof van Justitie

Verwijzende rechter: Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (C-602/25)

Moet artikel 56, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat het een lidstaat verplicht om in beginsel de activiteiten van in een andere lidstaat gevestigde bewakingsondernemingen op zijn grondgebied toe te laten, onder het enkele voorbehoud om bepaalde verificaties te kunnen verrichten?

Verwijzende rechter: Raad voor Vergunningsbetwistingen (C-548-25)

“Staat artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn in de weg aan een wettelijke regeling die ertoe strekt dat projecten waarvoor geen vergunning, toelating of machtiging maar enkel een melding vereist is, zoals beperkte grondwaterwinningen, niet worden onderworpen aan een verplichting tot opmaak van een passende beoordeling, ook al kunnen deze projecten een significante impact hebben op de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone?”

Verwijzende rechter: Grondwettelijk Hof (C-519-25)

Schenden de artikelen 12 tot 14 van de richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 « tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie», in zoverre die bepalingen de lidstaten verplichten de in de Unie gevestigde groepsentiteiten van een MNO-groep te onderwerpen aan een UTPR-bijheffing, waardoor die entiteiten belastingplichtig zouden word