Arresten Grondwettelijk Hof 28 november 2019 - 12 december 2019
Arresten Grondwettelijk Hof 28 november 2019 - 12 december 2019
Op het platform IGO Lex kan u zoeken naar documentatie aan de hand van de zoekfilters of door uw zoekopdracht rechtstreeks in te geven in de zoekbalk.
Oudere versies van de juridische nieuwsbrief kan u raadplegen door in de zoekbalk ‘IGO Lex’ in te geven.
Arresten Grondwettelijk Hof 28 november 2019 - 12 december 2019
Libercas bevat de samenvattingen van de gepubliceerde arresten van het Hof van Cassatie, gerangschikt volgens de trefwoordenlijst van het Hof van Cassatie.
Overzicht van de artikelen die verschenen zijn in de juridische tijdschriften. Deze zijn beschikbaar bij het Parket-Generaal van het Hof van Beroep te Brussel.
Het College van de hoven en rechtbanken heeft de eer en het genoegen u zijn nieuwe voorzitter aan te kondigen. Op de vergadering van 2 december 2019 werd Mevrouw Fabienne Bayard, voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Luik, aangewezen als nieuwe voorzitter van het College.
Diverse wetsontwerpen en actuele vragen aan de regering binnen de Commissie Justitie.
Diverse wetsontwerpen en actuele vragen aan de regering binnen de Commissie Justitie.
Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 december 2018 omtrent de gedeeltelijke vernietiging van artikel 39bis Sv. Het arrest is van groot belang voor de dagelijkse praktijk van het uitlezen van al dan niet in beslag genomen informaticasystemen (zoals gsm’s) en de uitbreiding van de zoeking naar verbonden netwerken. De bevoegdheden van de PK worden deels teruggeschroefd ten voordele van de onderzoeksrechter.
Via deze periodieke juridische nieuwsbrief wil het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) u informeren over (nakende) wetgeving en activiteiten binnen zowel de diverse arrondissementen van justitie als bij de nationale en internationale instellingen die haar omringen.
1) „Moet artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus worden uitgelegd en toegepast dat het gastland verplicht is om, ten eerste, een werkzoekende een redelijke termijn toe te kennen teneinde hem in staat te stellen kennis te nemen van mogelijkerwijs geschikte vacatures en de maatregelen te nemen die vereist zijn om in dienst te worden genomen, ten tweede, te erkennen dat de termijn om werk te zoeken in geen geval minder dan zes maanden mag bedragen en, ten derde, een werkzoekende toe te staan om zich tijdens de volledige duur van die termijn op zijn grondgeb